Constantijn XI | ||
---|---|---|
1405-1453 | ||
![]() | ||
Mede-despoot van de Morea | ||
Periode | 1443-1449 | |
Voorganger | Thomas | |
Opvolger | Thomas en Demetrios II | |
Keizer van Byzantium | ||
Periode | 1449-1453 | |
Voorganger | Johannes VIII | |
Opvolger | -- | |
Vader | Manuel II | |
Moeder | Helena Dragaš | |
Dynastie | Paleologen |
Constantijn XI Palaiologos Dragases (Grieks: Κωνσταντίνος Παλαιολόγος Δραγάσης, Kōnstantinos Palaiologos Dragasēs) (Constantinopel, 9 februari 1405 – aldaar, 30 mei 1453) was van 1449 tot 1453 de laatste keizer van Byzantium.
Constantijn was de zoon van keizer Manuel II Palaiologos en Helena Dragaš, dochter van de Servische vorst Constantijn Dragaš. Hij was vanaf 1428 mede-despoot van Morea in Zuid-Griekenland geweest en had in 1448 moeten toezien hoe Morea door sultan Murad II binnengevallen en in de as gelegd werd. Er werd vrede getekend, maar Morea moest schatting betalen. In 1448 stierf keizer Johannes VIII zonder kinderen en werd Constantijn geroepen het purper te dragen. Behoudens Morea en Trebizonde was er van het rijk alleen nog de hoofdstad over, als een enclave te midden van uitgestrekte Turkse gebieden.
Constantijn wierp zich met veel energie op de verdediging van zijn stad met de vage hoop dat er uit het Westen hulp zou komen opdagen. Na de dood van sultan Murad II in februari 1451 kwam diens energieke zoon Mehmet II op de Osmaanse troon. De westerse mogendheden waren niet bijzonder bezorgd bij diens machtsovername omdat hij de faam had weinig competent te zijn. Hadden bovendien de muren van Constantinopel zijn vader niet tegengehouden in 1422?[1]
Constantijn probeerde op het laatste moment nog een vereniging van de Kerken tot stand te brengen. Dit stuitte op verzet bij de bevolking die hier geen voorstander van was na alle ellende die het Westen veroorzaakt had. Hongarije was verzwakt na de Slag bij Varna in 1444. Bovendien was de toenmalige paus Nicolaas V (1447-1455) niet in staat om veel uit te richten. De vorsten van het Westen waren veel meer geïnteresseerd in hun onderlinge ruzies, zoals de eindfase van de Honderdjarige Oorlog, of zij wilden het Romeinse Keizerrijk herstellen, zoals Alfons V van Aragón en Napels.