Ouderenzorg, ook wel bejaardenzorg, is de hulp en ondersteuning die wordt geboden aan oudere mensen, en de voorzieningen die daarvoor beschikbaar zijn. De zorg voor ouderen in Nederland kende in de loop van eeuwen diverse, in eerste instantie particuliere, uitvoeringsinstanties en werd vanaf de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 steeds verder geformaliseerd en ondergebracht in de Nederlandse wetgeving.[1] Na de Tweede Wereldoorlog verwierf deze specifieke vorm van zorg een eigen plek binnen het Nederlandse zorgstelsel met de invoering van de Noodvoorziening voor de ouden van dagen.
In Nederland betreft het anno 2021 meestal een combinatie van mantelzorg (langdurige zorg door naasten), en professionele zorg aan huis in de vorm van extramurale ouderenzorg. In 2013 werd een grootschalige sluiting van de tot dan toe gebruikelijke verzorgingshuizen in het regeerakkoord aangekondigd, omdat men voorspelde dat het verplaatsen van de lichtere ondersteuning richting zorg aan huis (de extramurale zorg), gecombineerd met mantelzorg grote financiële voordelen zou opleveren.[2] Men voorspelde dat ouderen langer thuis zouden kunnen blijven wonen, en daar de lichtere ondersteuning zouden ontvangen. De mensen die (tijdelijk of permanent) veel ondersteuning nodig hebben kunnen terecht in de verpleeghuizen.
<ref>
; er is geen tekst opgegeven voor referenties met de naam :1