Een tapijtbombardement is een bombardement op een afgebakend gebied waarbij men probeert systematisch elk stuk gebied evenredig te bestoken zodat het volledige gebied gelijkmatig verwoest wordt. Zulk een bombardement roept een beeld op van een reeks explosies die het gebied bedekken net zoals een tapijt een vloer bedekt. Tapijtbombardementen worden doorgaans uitgevoerd met gewone vrijeval bommen.
In de tweede wereldoorlog gebruikte men de term tapijtbombardementen voor het eerst om de tactische aanvallen van meestal strategische bommenwerpers op de frontlinie te omschrijven, die dienden om een doorbraak bij een offensief te forceren. Het meest bekende voorbeeld is het tapijtbombardement uitgevoerd door meer dan duizend zware bommenwerpers op 25 juli 1944 ter ondersteuning van de Geallieerde uitbraak door het front bij Normandië.
De term tapijtbombardementen werd niet gebruikt om de Geallieerde strategische bombardementen op Duitsland te omschrijven. De Britten bombardeerden bij nacht en hun tactiek om Duitse steden aan te vallen noemde men gebiedsbombardement wat een letterlijke vertaling is van ‘area bombing’.[1][2][3][4] De Amerikanen voerden precisiebombardementen bij daglicht uit. In januari 1943 werd deze verschillende aanpak vastgelegd in de 'Pointblank' directive op de Conferentie van Casablanca.[5][6][7][8]